Naar hoofdinhoud
Voor een Stimuleringslening komen in aanmerking: de werkelijke kosten van de volgende duurzaamheidsmaatregelen, aan te brengen in of aan bestaande woningen, bijvoorbeeld: Zonnepanelen met een geïnstalleerd vermogen van ten minste 2000 WattPiek (dit zijn bijv. 8 panelen van 250 Wattpiek of 10 panelen van 200 Wattpiek) met een oriëntatie die niet naar het noorden is gericht, maar bij voorkeur op het zuiden; Zonneboiler met een opbrengst van ten minste 1,5 GJ per jaar, zoals blijkt uit het zonne-keurcertificaat, opbrengstverklaring of gelijkwaardigheidsverklaring; Vloerisolatie/bodemisolatie met een warmteweerstand (R) van ten minste 3,5 m2K/W; Dakisolatie met een warmteweerstand (R) van ten minste 5,0 m2K/W; ‘Groendak’; het dakoppervlak dat beplant wordt bedraagt minimaal 8 m2; Spouwmuur- en na-isolatie met een warmteweerstand (R) van ten minste: 1,3 m2K/W voor woningen van vóór 1973; 1,6 m2K/W voor woningen na 1973. Gevelisolatie met een warmteweerstand (R) van ten minste 4,5 m2K/W; HR++ glas met een warmtegeleiding van minder dan U =1,2 W/m2 K; Micro-wkk met een thermisch vermogen van ten minste 100% en een elektrisch rendement van ten minste 15%; Warmtepomp-boiler; Warmtepomp (grondgebonden of lucht/water) ten behoeve van de warmwatervoorziening en/of verwarming van de woning; Houtgestookte centrale verwarmingsinstallatie of houtgestookt warmwatertoestel met een opwekkingsrendement van ten minste 85% en een emissie die voldoet aan de Nederlandse emissierichtlijn lucht (NeR); De toepassing van kunststof kozijnen, -ramen en –deuren in de uitwendige scheidingsconstructie(s) (gevels en daken) met een warmtegeleiding van minder dan U =1,4 W/m2 K. de werkelijke kosten van maatregelen om gebreken aan het casco van de woning op te heffen. Onder het casco van de woning wordt verstaan; de funderingen, dragende muren en kolommen, het geraamte van het gebouw met de ondergrond, het ruwe metsel- en voegwerk, vloeren, buitengevels inclusief kozijnen met ramen en deuren, balkconstructies, daken inclusief bedekking en randafwerking, evenals alle lood- en zinkwerken, gootconstructies, dakkapellen, dakramen, schoorstenen, rookgasafvoeren en ventilatiekanalen; de technische installaties, met daarbij behorende leidingen voor gas, water en elektriciteitsvoorziening en de afvoer van afval- en hemelwater met de riolering; Er dient zoveel als mogelijk gebruik te worden gemaakt van duurzaam geproduceerde bouwmaterialen. Het college kan de lijst van maatregelen opgenomen in het eerste lid wijzigen, inkorten en/of uitbreiden.

Rechtspraak bij dit artikel