Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 31.

Woonkostentoeslag voor huurwoning

Onderdeel van 2e gewijzigde beleidsregels Bijzondere Bijstand Gemeente Geertruidenberg 2017

1.. De Wet op de huurtoeslag (WHT), die sinds 1 september 2005 de Wet op de huursubsidie is opgevolgd, is in relatie tot de woonkostentoeslag aan te merken als voorliggende voorziening voor zover het de kosten van een huurwoning betreft. 2.. De WHT kan voor de woonkosten van een eerste gebroken maand niet worden aangemerkt als een passende en toereikende voorliggende voorziening aangezien de toeslag enkel per de 1e van de maand wordt toegekend. 3.. Er bestaat alleen recht op bijzondere bijstand indien er aantoonbaar sprake is van noodzakelijke kosten van het bestaan. Om in aanmerking te komen voor woonkostentoeslag moet er derhalve sprake zijn van aan wonen verbonden lasten. In zijn algemeenheid gaat het daarbij om de kosten van huur of de kosten die voor een eigenaar aan zijn woning zijn verbonden. 4.. In de volgende situaties is het derhalve mogelijk om een woonkostentoeslag te verlenen aan huurders: Mogelijk is het college sneller in zijn besluitvorming dan de Belastingdienst/Toeslagen. Indien het college dan van oordeel is dat aan (al) de criteria voor verlening van bijzondere bijstand is voldaan, dan is er aanleiding om de bijzondere bijstand voor woonkosten met toepassing van artikel 48 lid 2 onderdeel a Participatiewet te verlenen als geldlening. In de beschikking waarbij de bijstand in de vorm van een geldlening wordt toegekend wordt de verplichting opgenomen, dat belanghebbende de verstrekte woonkostentoeslag aflost, zodra hij de huurtoeslag over die periode van bijzondere bijstandsverstrekking van Belastingdienst/Toeslagen ontvangt. De gekozen woonvorm is mede bepalend voor de aanspraak op huurtoeslag. Eén van de voorwaarden voor het recht op huurtoeslag bij huur van een woning is dat de gehuurde woonruimte een zelfstandige woonruimte of een onvrije etage of een onzelfstandige woonruimte in een door de Belastingdienst/Toeslagen aangewezen woongebouw of woning moet zijn. Voor het recht op huurtoeslag bij huur van een woonwagen geldt als voorwaarde dat de woonwagen is geplaatst op een erkende standplaats. In geval van bewoning van een caravan op een niet erkende standplaats of bewoning van een woonschip bestaat dus in het geheel geen aanspraak op huurtoeslag. Mits voldaan is aan de voorwaarden van artikel 35 Participatiewet, bestaat er recht op bijzondere bijstand voor de woonkosten. Het college zal in voorkomende gevallen zelf (onder meer) de noodzaak van de kosten moeten vaststellen. De redenering met betrekking tot bewoning van een caravan op een niet erkende standplaats of bewoning van een woonschip gaat ook op bij bewoning van een kamer. In beginsel bestaat er geen recht op huurtoeslag van de Belastingdienst/Toeslagen als de woning een rekenhuur heeft boven de maximale huurgrens. Een uitzonderingssituatie waarin wel recht op een huurtoeslag kan bestaan is bijvoorbeeld wanneer belanghebbende of zijn medebewoner gehandicapt is en men in een aangepaste woning woont. In overige gevallen dient een soortgelijke procedure als die van het "passendheidsadvies" doorlopen te worden. Het verlenen van bijzondere bijstand voor woonkosten is in dat geval alleen mogelijk als er sprake is van een uit bijzondere omstandigheden voortkomende noodzaak om de dure woning te bewonen en de bijstand wordt slechts voor een beperkte periode toegekend onder oplegging van de verplichting om binnen 1 jaar te verhuizen naar een goedkopere woning: de verhuisplicht. Belanghebbende dient de, in die periode ondernomen inspanningen bij het zoeken naar, en het accepteren van andere huisvesting aan te tonen. Het opleggen van de verhuisplicht dient expliciet te gebeuren in de beschikking waarin de bijzondere bijstand voor woonkosten wordt toegekend. Bij een inkomensdaling – en een ongewijzigde huurprijs – kan er aanleiding zijn om bijzondere bijstand voor woonkosten te verstrekken. Indien het in dat geval een woning betreft met een rekenhuur boven de maximale huurtoeslaggrens wordt aan belanghebbende de verplichting opgelegd dat hij aantoonbare serieuze pogingen onderneemt een goedkopere woning te verkrijgen. Een Nederlander (of daarmee gelijkgestelde vreemdeling) kan geen beroep doen op de huurtoeslag als hij een niet rechthebbende vreemdeling als huisgenoot heeft. Omdat in de voorliggende voorziening de bewuste keus is gemaakt in deze situatie geen huurtoeslag toe te kennen, staat artikel 15 lid 1 Participatiewet in de weg aan verlening van bijzondere bijstand voor deze kosten. Hiervan mag slechts met toepassing van artikel 16 Participatiewet worden afgeweken op individuele gronden, als daarvoor zeer dringende redenen aanwezig zijn. 5.. De woonkostentoeslag wordt in beginsel voor maximaal 1 jaar toegekend; een eenmalige verlenging met een zelfde periode is in bijzondere gevallen toegestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel