**1..** Ongeacht artikel 13 lid 1 sub f van de Participatiewet, heeft het kind recht op de kindregeling voor zover de ouder(s) niet beschik(ken)t over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode en de hoogte waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen.
**2..** Daarnaast geldt dat geen recht op de kindregeling bestaat voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening (artikel 15 Participatiewet).
**3..** Het college stemt de bijstand en de daaraan verbonden verplichtingen af op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de betrokken persoon.
Hoofdstuk 1
Artikel 3.
Recht op bijzondere bijstand
Onderdeel van de beleidsregels kindregeling 2017 gemeente Geertruidenberg