In deze verordening wordt verstaan onder:
Arbeidsovereenkomst: een overeenkomst als benoemd in artikel 7:610 Burgerlijk wetboek;
Dienstbetrekking: de verplichtingen van de werknemer zoals overeengekomen in de arbeidsovereenkomst, waarvoor de werknemer loon ontvangt;
Minimumloon: het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon of, indien, het een werknemer jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 7, derde lid van de genoemde wet, beide vermeerderd met de daarover berekende vakantietoeslag, bedoeld in artikel 15 van die wet;
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
WWB: Wet werk en bijstand;
Jongere: uitkeringsgerechtigde of niet-uitkeringsgerechtigde jonger dan 27 jaar;
Uitkeringsgerechtigde: degenen die van het college een uitkering ontvangen op grond van de WWB, IOAW of IOAZ;
Werkgever: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die op basis van een arbeidsovereenkomst loon verstrekt aan de persoon die, krachtens de arbeidsovereenkomst, arbeid verricht;
Werknemer: de persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid tegen loon verricht;
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
De raad: de gemeenteraad van de gemeente Venray;
Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venray;
Subsidieverlening: het toekennen van subsidie voor een bepaalde activiteit waardoor de aanvrager een voorwaardelijke aanspraak op financiële middelen krijgt, mits de aanvrager de activiteit uitvoert en zich houdt aan opgelegde verplichtingen;
Subsidievaststelling: het definitief beslissen dat de aanvrager subsidie ontvangt ter hoogte van een bepaald bedrag, waardoor de aanvrager een aanspraak op betaling krijgt;
Loonkostensubsidie: de subsidie aan werkgevers om te stimuleren dat een dienstverband met personen behorende tot de doelgroep ex artikel 5 van deze verordening wordt aangegaan en waarbij wordt voldaan aan gestelde voorwaarden en verplichtingen;
Uitstroompremie: de subsidie die verstrekt wordt aan degene die door het aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid of van een dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 en 3 van de Wet sociale werkvoorziening gedurende een minimale aaneengesloten duur van zes maanden niet meer is aangewezen op een WWB, IOAW of IOAZ-uitkering of op een werkervaringsplaats dan wel op een dienstverband waarbij loonkostensubsidie verstrekt wordt;
Belanghebbende: de werknemer met wie een arbeidsovereenkomst wordt of is gesloten en voor wie, op basis daarvan, loonkostensubsidie wordt gevraagd dan wel door wie, op basis daarvan, een uitstroompremie wordt gevraagd;
Startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs.
Additionele arbeid: door bijstandsgerechtigden die vooralsnog niet bemiddelbaar zijn op de arbeidsmarkt vanwege een kleine kans op inschakeling in het arbeidsproces, onder verantwoordelijkheid van het college, in het kader van de arbeidsinschakeling te verrichten werkzaamheden. Deze werkzaamheden zijn primair gericht op het bevorderen van de mogelijkheden van de betrokkene om uit de bijstand te stromen naar reguliere arbeid en niet primair op het realiseren van het bedrijfsdoel van degene voor wie zij deze werkzaamheden verrichten. Daarbij kunnen de werkzaamheden niet het karakter hebben van gewone productieve arbeid en houdt additionaliteit in dat het een speciaal gecreëerde functie betreft of een reeds bestaande functie die een uitkeringsgerechtigde alleen met speciale begeleiding kan verrichten.