Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 27

Algemene bepalingen over stemming

Onderdeel van Reglement van orde raad gemeente Emmen 2017

1.. Inzake voorstellen die door de raad als A-stuk op de agenda zijn geplaatst, stelt de voorzitter in principe vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen, tenzij door één of meer leden om stemming wordt gevraagd of de voorzitter dit verlangt. 2.. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de handelingen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden. 3.. Inzake voorstellen die door de raad als niet zijnde een A-stuk op de agenda zijn geplaatst, of waarover conform lid 1 stemming is gevraagd of wordt verlangd, alsmede over ingediende amendementen en moties, vindt stemming plaats. 4.. De voorzitter kan het voorstel in stemming brengen door de raad te verzoeken bij handopsteken kenbaar te maken wie “voor” danwel “tegen” het voorstel is. 5.. Indien door één of meer leden om hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daar mededeling van. 6.. Alvorens bij een hoofdelijke stemming deze aan te vangen, deelt de voorzitter mede bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. 7.. De voorzitter (of de griffier) roept bij hoofdelijke stemming de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig het 6e lid is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. 8.. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 28 Gemeentewet moet onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen. 9.. De leden brengen bij hoofdelijke stemming hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. 10.. Heeft een lid zich bij hoofdelijke stemming bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 11.. Met uitzondering van stemming over de A-stukken, waarover geen stemming is gevraagd of wordt verlangd, deelt de voorzitter de uitslag na afloop van de stemming mede met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Rechtspraak bij dit artikel