Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 5.

Financiële tegemoetkoming

Onderdeel van BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE SCHOUWEN-DUIVELAND

1.. De financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. Bij de uitbetaling van de financiële tegemoetkoming wordt het eigen aandeel in mindering gebracht. 2.. Het in artikel 21 van de verordening bedoelde afschrijvingsschema luidt als volgt: voor het eerste jaar: 100% van de meerwaarde; voor het tweede jaar: 90% van de meerwaarde; voor het derde jaar: 80% van de meerwaarde; voor het vierde jaar: 70% van de meerwaarde; voor het vijfde jaar: 60% van de meerwaarde; voor het zesde jaar: 50% van de meerwaarde; voor het zevende jaar: 40% van de meerwaarde; voor het achtste jaar: 30% van de meerwaarde; voor het negende jaar: 20% van de meerwaarde; voor het tiende jaar: 10% van de meerwaarde; Bij restitutie wordt het percentage dat voor rekening van de eigenaar van de woonruimte is gekomen in mindering gebracht op het verschuldigde bedrag. 3.. Het bedrag voor de verhuiskostenvergoeding als genoemd in artikel 16 onder a van de Verordening bedraagt ten hoogste € 2369,81. 4.. Het bedrag dat als maximum verstrekt wordt bij het bezoekbaar maken als genoemd in artikel 19 lid 2 tot en met 5 van de Verordening bedraagt ten hoogste € 2369,81. 5.. Bij het vaststellen van de financiële tegemoetkoming voor de vergoeding van rolstoel- vloerbedekking of sanering in de woning in verband met chronische aspecifieke respiratoire aandoeningen, wordt rekening gehouden met de reeds verlopen afschrijvingsperiode van de te vervangen voorzieningen, waarbij de volgende vergoedingssystematiek geldt voor de werkelijke kosten, gebaseerd op de goedkoopst-adequate voorziening. Indien de te vervangen voorziening ouder is dan 8 jaar wordt deze als afgeschreven beschouwd en wordt geen financiële tegemoetkoming verleend. De vergoeding bedraagt 100% indien het artikel niet ouder is dan twee jaar; De vergoeding bedraagt 75% indien het artikel tussen de twee en vier jaar oud is; De vergoeding bedraagt 50% indien het artikel tussen de vier en zes jaar oud is; De vergoeding bedraagt 25% indien het artikel tussen de zes en acht jaar oud is. Indien de te vervangen voorziening ouder is dan 8 jaar, wordt deze als afgeschreven beschouwd en wordt geen financiële tegemoetkoming verleend. 6.. De vergoeding van een uitraasruimte bedraagt ten hoogste de daadwerkelijk gemaakte kosten, als zijnde de goedkoopst adequate voorziening. 7.. Een financiële tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in artikel 16, sub b,c en d, van de verordening, wordt slechts verleend indien in de financiering van het eigen aandeel is voorzien. 8.. Voor zover het treffen van voorzieningen, als bedoeld in artikel 16 sub b van de Verordening, het uitbreiden van bestaande woningen betreft, dan wel het groter bouwen van een nieuw te bouwen woning dan zonder de voorzieningen nodig zou zijn, wordt een vergoeding verleend voor de extra te verwerven grond die ten hoogste overeenkomt met de bijdrage voor het aantal vierkante meters per vertrek en een gedeelte van de buitenruimte bij de woning, zoals vermeld in de ter uitwerking van dit besluit door ons college vastgestelde Beleidsregels. 9.. De kosten van noodzakelijk onderhoud, keuring en gebruikelijke reparatie van verstrekte woonvoorzieningen worden tot 100% vergoed. 10.. Een financiële tegemoetkoming in de kosten die verband houden met tijdelijke woonruimte wordt alleen verleend indien de gehandicapte redelijkerwijs niet had kunnen voorkomen dat hij voor dubbele woonlasten zou komen te staan en voor een periode van maximaal zes maanden. De financiële tegemoetkoming is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten met een maximum van € 475,00 per maand voor het betrekken van zelfstandige woonruimte en het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte. Voor het betrekken van niet-zelfstandige woonruimte geldt het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten met een maximum van € 237,00 per maand. 11.. Als een woningeigenaar op verzoek van de gemeente een voor een gehandicapte geschikte woonruimte vrijhoudt, wordt een financiële tegemoetkoming verleend aan de eigenaar van de woning in verband met derving van huurinkomsten voor de duur van maximaal 6 maanden. De eerste volledige maand huurderving komt niet voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking. De financiële tegemoetkoming bedraagt maximaal de kale huurprijs. 12. Burgemeester en wethouders verlenen alleen een financiële tegemoetkoming in de kosten van het verwijderen van voorzieningen indien: 1. de woning langer dan zes maanden leeg staat, tenzij; 2. bekend is dat binnen een periode van zes maanden na het verstrijken van de termijn genoemd onder 1. een gehandicapte in aanmerking voor de woning zal komen; of 3. de aanpassingen zo specifiek zijn dat het door de aanwezigheid van de voorzieningen niet mogelijk is om de woning aan een niet-gehandicapte te verhuren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel