Naar hoofdinhoud

Artikel 1:

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Bomenverordening gemeente Veendam

In deze afdeling wordt verstaan onder: boom: een houtig, opgaand gewas, zowel levend als afgestorven met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 20 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van een boomstructuur, hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen, een struweel of een heg, met de onder sub a genoemde minimale dwarsdoorsnede; boomstructuur: lijnvormige beplanting of boomzone van houtopstanden die tezamen een functioneel geheel vormen. Deze zijn vastgelegd op een topografische kaart met daarop aangegeven boomstructuren. Waardevolle beeldbepalende boom in particulier bezit: bijzondere beschermwaardige houtopstand met een bijzondere schoonheid- of zeldzaamheidswaarde, of een bijzondere functie voor de omgeving; monumentale boom: bijzondere beschermwaardige houtopstand met een relatief hoge leeftijd en met een bijzondere schoonheid- of zeldzaamheidswaarde, of een bijzondere functie voor de omgeving; beschermde houtopstand: een houtopstand dat is vastgelegd op de Groene Kaart. Groene Kaart: topografische kaart met daarop aangegeven boomstructuren/boomzone, bomen uit het landelijk Register van Monumentale Bomen van de Bomenstichting en bomen uit het gemeentelijk Register van Gemeentelijke beeldbepalende Bomen van de gemeente Veendam dunning: velling, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd. vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben; rooien: het geheel verwijderen van het boven- en ondergrondse deel van de houtopstand; kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand; kandelaberen: het terugsnoeien van de kroon tot een hoofdstam met takstompen; knotten: Het tot op het oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld overeenkomstig artikel 1 lid 5 van de Boswet; boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen; bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor houtopstand, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting. bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel