Naar hoofdinhoud
1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2.. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 3.. De cliënt die een pgb wenst, motiveert schriftelijk in het plan zoals bedoeld in het vierde lid onder a: waarom voor cliënt een persoonsgebonden budget nodig is, en; waarom voor cliënt zorg in natura niet passend is, en; waar middels het persoonsgebonden budget de ondersteuning zal worden ingekocht, en; op welke wijze de ondersteuning zal bijdragen tot de doelen, waarvoor de maatwerkvoorziening bedoeld is, en; waarom hij op eigen kracht voldoende in staat is tot een redelijke waardering van de belangen terzake dan wel met hulp uit hun sociale netwerk dan wel met een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde, in staat is de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; hoe naar zijn mening gewaarborgd is dat de maatwerkvoorziening veilig, doeltreffend, van goede kwaliteit en cliëntgericht is. Daarbij is in elk geval van belang dat wanneer degene die de diensten verleent in contact kan komen met kinderen die jonger zijn dan achttien jaar, voor aanvang van de dienstverlening over een actuele verklaring omtrent het gedrag beschikt als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. 4.. De hoogte van een pgb: wordt mede gebaseerd aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura. 5.. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor: een zaak: op basis van de kostprijs van de zaak die de cliënt zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten; hulp bij het huishouden door een niet daartoe opgeleid persoon op basis van de volgende componenten: de kosten van de beroepskracht; vakantiegeld; vakantiedagen; indirecte tijd als gevolg van scholing en overleg; reis- en opleidingskosten. hulp bij het huishouden door een daartoe opgeleid persoon, in opdracht van de cliënt dan wel in dienst bij een zorginstelling op basis van de volgende componenten: de kosten van de beroepskracht; vakantiegeld; vakantiedagen; indirecte tijd als gevolg van scholing en overleg; reis- en opleidingskosten. werkgeverslasten individuele begeleiding uitgevoerd door een niet daartoe opgeleid persoon, op basis van op basis van de volgende componenten; de kosten van de beroepskracht; vakantiegeld; vakantiedagen; indirecte tijd als gevolg van scholing en overleg; reis- en opleidingskosten. individuele begeleiding uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in opdracht van de cliënt dan wel in dienst bij een zorginstelling op basis van de volgende componenten: de kosten van de beroepskracht; vakantiegeld; vakantiedagen; indirecte tijd als gevolg van scholing en overleg; reis- en opleidingskosten. werkgeverslasten. groepsbegeleiding en dagbesteding: uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in opdracht van de cliënt dan wel in dienst bij een zorginstelling op basis van het tarief zoals vastgesteld door Zorginstituut Nederland voor PGB bij de uitvoering van de Wet langdurige zorg. kortdurend verblijf- en respijtzorg: op basis van het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd bij de uitvoering van de Wet langdurige zorg; vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd bij de uitvoering van de Wet langdurige zorg en rekening houdende met eventuele beperkingen die het reizen met bepaalde vormen van het openbaar vervoer door de cliënt belemmeren; taxi- en rolstoeltaxivervoer: op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van maximaal 1500 kilometers per jaar; een autoaanpassing: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd wanneer deze in natura zou worden verstrekt; het bezoekbaar maken van een woning: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aannemer en rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende aannemer. 6.. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk als: deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat niet hoger is dan het op grond van het derde en vierde lid gehanteerde tarief, en tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald. 7.. Het pgb kan worden aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering voor zover dit geen onderdeel is van het pgb. 8.. Bij ondersteuning geleverd door een andere aanbieder dan personen uit het sociaal netwerk dient aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan: de norm voor verantwoorde zorg zoals omschreven in het kwaliteitskader; gebruik van een hulpverleningsplan of plan van aanpak als onderdeel van verantwoorde zorg; systematische kwaliteitsbewaking; verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke, die niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip, waarop betrokkene voor de organisatie of ondernemer ging werken. een meldplicht ten aanzien van calamiteiten en geweld. 9.. Bij ondersteuning geleverd door personen uit het sociaal netwerk dient aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan: verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke, die niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop betrokkene start met de uitvoering van de betreffende ondersteuning; een meldplicht ten aanzien van calamiteiten en geweld. 10.. Het is de budgethouder niet toegestaan het administratieve beheer van het pgb en de bemiddeling en/of levering van de voorziening (zorg) uit te besteden aan dezelfde organisatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel