Naar hoofdinhoud
De Wet BIBOB (hierna: de wet) geeft, zoals in de inleiding al is aangegeven, bestuursorganen een instrument in handen om zich te beschermen tegen het risico dat zij ongewild criminele activiteiten faciliteren. Ten eerste is de essentie van de wet gelegen in de weigeringsgronden van artikel 3 om een vergunning of subsidie te weigeren of in te trekken. Er moet dan sprake zijn van een ernstig gevaar dat de gevraagde beschikking mede zal worden gebruikt voor: het benutten van voordelen uit strafbare feiten ( b.v. het witwassen van zwart geld); plegen van strafbare feiten (b.v. als dekmantel); daarnaast kan de beschikking geweigerd of ingetrokken worden indien er een redelijk vermoeden bestaat dat er een strafbaar feit is gepleegd teneinde de vergunning te verkrijgen (b.v. valsheid in geschrifte of omkoping). Ten tweede is in de wet bepaald dat aan het door het Ministerie van Justitie ingestelde bureau BIBOB een advies gevraagd kan worden om in een concreet geval te beoordelen of er sprake is van voornoemd gevaar. Het advies kan leiden tot een betere informatiepositie van het bestuursorgaan. Bureau BIBOB heeft namelijk inzage in een aantal gesloten bronnen (o.a. van de belastingdienst) die voor het bestuursorgaan niet toegankelijk zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel