De beslissing om een BIBOB advies aan te vragen ligt bij het bestuursorgaan. Vanwege deze keuzevrijheid verdient het de voorkeur dat dit gebeurt op basis van een te ontwikkelen beleid, waarin in algemene termen wordt aangegeven in welke gevallen advies wordt gevraagd aan bureau BIBOB en hoe wordt omgegaan met overheidsopdrachten en aanvragen om vergunningen of subsidies. In eerste instantie schept dit duidelijkheid naar burgers en ondernemingen die mogelijk aan een BIBOB onderzoek kunnen worden onderworpen. Ten tweede stimuleert een beleidslijn de eenduidige beoordeling van het soort feiten en omstandigheden dat tot de aanvraag van een BIBOB advies moet leiden.
Zoals eerder aangegeven, is er een landelijk bureau BIBOB ingesteld. Dit bureau stelt in opdracht van het verzoekende bestuursorgaan een onderzoek in naar de aanvrager van een vergunning of subsidie, dan wel naar de gegadigde voor een overheidsopdracht. Met de resultaten van dit onderzoek formuleert het bureau een advies over het gevaar dat met de afgifte van de gevraagde beschikking of het toekennen van een bepaalde opdracht, criminele activiteiten worden gefaciliteerd. Bestuursorganen kunnen dit advies gebruiken als motivering van hun besluit. Een BIBOB onderzoek kan diep ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen. Daarom moet de afweging om over te gaan tot zo’n onderzoek weloverwogen en met in achtneming van de beginselen van behoorlijk bestuur te worden genomen. Het BIBOB instrumentarium moet als ultimum remedium gebruikt worden. Eerst moeten (alle) andere (juridische) mogelijkheden worden nagegaan om een beschikking te kunnen weigeren of in te trekken voordat BIBOB ter hand wordt genomen.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.4