In deze beleidslijn wordt aangegeven hoe het bevoegd gezag de Wet BIBOB zal toepassen en welke consequenties dit heeft voor de aanvragers en houders van een vergunning. Het gaat om de volgende vergunningen
De vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet voor het uitoefenen van het horecabedrijf of het slijterbedrijf.
De vergunning op grond van artikel 3.2.1 van de Algemene plaatselijke verordening voor het exploiteren van een seksinrichting en/of escortbedrijf.
De vergunning op grond van artikel 2.3.2.1 van de Algemene plaatselijke verordening voor het exploiteren van een horecabedrijf (daaronder vallen o.a. ook de coffeeshops).