Naar hoofdinhoud
Op basis van het bestaande instrumentarium kan de gemeente de aanvraag kritisch onderzoeken. Door gebruik te maken van de zgn. open bronnen kan de nodige informatie worden vergaard. Aan de hand van een vastgesteld gemeentelijk aanvraagformulier wordt de aanvrager verzocht om diverse gegevens aan te leveren. Gebleken is dat het huidige gemeentelijke aanvraagformulier onvoldoende basis biedt voor bureau BIBOB om verder onderzoek te doen naar de handel en wandel van betrokkene(n). Denk hierbij bijvoorbeeld aan het in de Drank- en Horecawet vastgestelde formulier in het kader van het aanvragen van een drank- en horecavergunning. In ieder geval moeten, op grond van artikel 30 van de Wet BIBOB, de volgende vragen worden opgenomen in het aanvraagformulier. De naam, het adres en de woonplaats of plaats van vestiging van de aanvraag of gegadigde; De naam, het adres en de woonplaats van de persoon die het formulier namens de aanvrager of gegadigde invult; Het nummer van inschrijving bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken; De rechtsvorm van de aanvrager of gegadigde; De handelsnaam of handelsnamen waarvan de aanvrager of gegadigde gebruik maakt of heeft gemaakt; De natuurlijke personen of rechtspersonen die, voor zover van toepassing: direct of indirect leiding geven of hebben gegeven aan betrokkene; direct of indirect zeggenschap hebben of hebben gehad over betrokkene; direct of indirect vermogen verschaffen of hebben verschaft aan betrokkene; onderaannemer van betrokkene zijn; de wijze van financiering. Bij de aanvragen voor vergunningen doet zich echter de vraag voor welke gegevens wanneer gevraagd moeten worden. Immers om de uitgebreide aanvraagprocedure in te voeren voor alle aanvragers is geen reden. Daarnaast moet de belasting voor het ambtelijk apparaat niet worden onderschat als wel alle aanvragers verplicht worden om een uitgebreide aanvraag in te dienen. In verband hiermee zijn twee soorten aanvraagformulieren ontwikkeld; een “algemeen”aanvraagformulier en een “uitgebreid”aanvraagformulier. In het algemeen kan gesteld worden dat de beoordeling van de “algemene aanvraag” al een quick scan geeft op de situatie. Aan de hand daarvan is al een duidelijk beeld ontstaan voor het nemen van een juiste beslissing op de aanvraag. Door het toepassen van een “algemene aanvraag” en een “uitgebreide aanvraag” is het risico van willekeur aanwezig. Als leidraad wordt daarom de toetsingsprocedure gevolgd als aangegeven in paragraaf 3.5.3.

Rechtspraak bij dit artikel