Voor een verantwoorde ruimtelijke inpassing is gekozen voor een gebiedsgerichte aanpak. Dit betekent concreet dat bij de formulering van de toetsingscriteria onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende gebiedstypen:
stedelijk gebied,
bedrijventerreinen,
sportterreinen,
buitengebied.
a. Stedelijk gebied
Zowel vanuit ruimtelijk oogpunt als vanuit het oogpunt van effectief zendbereik dient in eerste instantie gekozen te worden om antenne-installaties op hoge gebouwen te plaatsen. De installaties zijn dan nauwelijks zichtbaar en de signalen ondervinden geen belemmeringen.
Binnen het stedelijk gebied is het realiseren van antenne-installaties op maaiveldniveau (vrijstaande zendmasten) vanwege de grote zichtbaarheid niet gewenst. Daarom voeren wij voor dit gebied een restrictief beleid voor wat betreft plaatsing van vergunningsplichtige antenne-installaties.
In het stedelijk gebied gelden de volgende voorwaarden:
zoveel mogelijk op bestaande gebouwen of bouwwerken plaatsen (er dient door de aanvrager aangetoond te worden dat plaatsing van een bouwvergunningvrije installatie niet mogelijk is),
plaatsen uit het zicht (voornamelijk bekeken vanuit de gebieden met een woonfunctie en het landelijk gebied),
minimaliseren qua afmeting (waarbij rekening dient te worden gehouden met de mogelijkheid tot site-sharing op al aanwezige antennemasten),, integreren in architectuur nieuwe gebouwen,
integreren in omgeving door zo veel mogelijk gebruik te maken van al aanwezige objecten als verkeersportalen, lichtmasten en reclamemasten.
b. Bedrijventerreinen
Bedrijventerreinen zijn aangewezen gebieden waar een clustering van bedrijven is. Voor deze gebieden wordt een restrictief beleid gevoerd voor wat betreft plaatsing van vergunningplichtige antenne-installaties. De specifieke voorwaarden hiervoor zijn:
zoveel mogelijk op bestaande gebouwen of bouwwerken (er dient ook hier door de aanvrager aangetoond te worden dat plaatsing van een vergunningvrije installatie niet mogelijk is),
integreren in architectuur nieuwe gebouwen,
integreren in omgeving door zo veel mogelijk gebruik te maken van al aanwezige objecten als verkeersportalen, lichtmasten en reclamemasten,
vrijstaande masten worden zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst zicht (bekeken vanuit de nabijgelegen gebieden met een woonfunctie en het landelijk gebied).
c. Sportterreinen
Sportterreinen zijn buitenterreinen waar sportverenigingen actief zijn. Net als bij bedrijventerreinen geldt hier een matig restrictief beleid. Sportterreinen zijn veelal gelegen grenzend aan of liggend in het buitengebied. Voorwaarden voor plaatsing op sportterreinen zijn:
zoveel mogelijk op bestaande bouwwerken (bijvoorbeeld lichtinstallaties en tribunes),
integreren in architectuur nieuwe gebouwen,
integreren in omgeving door zo veel mogelijk gebruik te maken van al aanwezige objecten als verkeersportalen, lichtmasten en reclamemasten,
vrijstaande masten worden zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst zicht (bekeken vanuit de nabijgelegen gebieden met een woonfunctie en het landelijk gebied).
d. Buitengebied
Onder het buitengebied worden de gebieden buiten het stedelijk gebied verstaan, ook wel aangeduid als landelijk gebied. Hieronder vallen gebieden met een agrarisch karakter, maar ook natuur- en recreatiegebieden.
Er wordt gestreefd naar een zo gunstig mogelijke landschappelijke inpassing waarbij geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de landschappelijke en/of natuurwaarden in de directe omgeving. Antenne-installaties dienen op zo´n manier en op zo´n locatie gerealiseerd te worden dat ze de minste verstoring van de horizon opleveren. Het beleidsuitgangspunt om de installaties en vrijstaande zendmasten bij reeds gebouwde of gerealiseerde elementen in het gebied te plaatsen, is in deze gebieden dan ook van groot belang. Te denken valt aan wegen, viaducten, hoogspanningsmasten, lichtmasten en verkeersportalen maar ook aan agrarische bedrijfscentra en de daar aanwezige hogere bouwwerken, zoals silo’s. Vanwege de, in vergelijking met de bebouwde kom, beperkte beschikbaarheid van dergelijke bouwwerken in het landelijk gebied, verdient het aanbeveling extra zorg te besteden aan het zoeken naar dergelijke objecten.