Het college van burgemeester en wethouders kan de ligplaatsvergunning intrekken indien:
de ligplaatsvergunning ten gevolge van een onjuiste opgave of informatie is verleend;
de gegevens in de ligplaatsvergunning niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie;
niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften;
het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente;
het (historisch) woonschip waarop de vergunning betrekking heeft niet voldoet aan eisen van veiligheid en gezondheid;
het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft zonder toestemming van het college van burgemeester en wethouders gedurende een periode langer dan 12 aaneengesloten weken buiten de gemeente verblijft;
op de ligplaats voorzieningen aanwezig zijn die niet zijn vermeld op de ligplaatsvergunning;
het (historisch) woonschip dat door een calamiteit niet meer bewoonbaar is, niet binnen drie maanden nadat de calamiteit heeft plaats gevonden, is weggehaald.