**1..** Het college legt een terugbetalingsverplichting van de opleidingskosten op aan de medewerker, indien:
de medewerker de opleiding, waarvoor hij/zij vergoeding krijgt, beëindigt voordat de in het POP overeengekomen studietijd verstreken is zonder dat het volgen van opleiding leidde tot het behalen van een diploma, behalve in geval het niet volgen van de opleiding te wijten is aan ziekte, of
de medewerker de verplichting om deel te nemen aan het eerst volgende examen nalaat, na het verstrijken van de opleidingstermijn, of als gevolg van aan hem-/haarzelf te wijten feiten of omstandigheden ontslag krijgt voor het einde van de opleiding waarvoor de vergoeding is toegekend.
**2..** De medewerker tekent een verklaring tot terugbetaling wanneer de omstandigheden, genoemd in artikel 1a of 1b zich voordoen.
**3..** De terugbetalingsverplichting op grond van het gestelde in het eerste lid, onder a, van dit artikel wordt niet opgelegd als voortzetting van de opleiding redelijkerwijs niet kan worden verlangd of als de medewerker aannemelijk maakt dat de beëindiging van de opleiding het gevolg is van feiten of omstandigheden die niet aan zichzelf te wijten zijn.
**4..** Wat betreft de grens van € 3000,- van de terugbetalingsregeling is bedoeld dat de terugbetalingsregeling alleen geldt voor het meerdere boven de € 3000,-.
**5..** Het college kan gemotiveerd afwijken van bovenstaande terugbetalingsregeling.