Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan de boete opleggen bij een overtreding zoals genoemd in artikel 4.17 van de wet. Onder een overtreding zoals genoemd in artikel 4.17 van de wet wordt mede begrepen het doen van valse aangifte ten aanzien van een van de in artikel 4.17 genoemde artikelen. 2.. De boete als bedoeld in het eerste lid wordt alleen opgelegd als de overtreder vooraf is geïnformeerd over het risico van oplegging van een boete bij het niet voldoen aan de verplichtingen als genoemd in de wet. 3.. Per geconstateerde overtreding kan slechts één boete worden opgelegd. 4.. De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt drie jaar nadat de overtreding heeft plaatsgevonden. 5.. De boete wordt opgelegd aan de overtreder. 6.. In het geval de verplichtingen als bedoeld in de wet moeten worden vervuld door anderen dan de ingeschrevene of aangifteplichtige zelf, wordt de boete opgelegd aan degenen op wie de verplichting ingevolge de wet rust.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel