Het huidige minimabeleid van de Kempengemeenten is gericht op het bevorderen van participatie, het voorkomen van sociale uitsluiting en het voorkomen van uitsluiting van gezondheidsvoorzieningen.
In de Kempengemeenten wordt een inkomensgrens gehanteerd van 120% van de bijstandsnorm voor minimaregelingen. Uitzondering hierop de Individuele Inkomenstoeslag, voor deze regeling geldt een inkomensgrens van 105%. De huidige Schoolkosten-, Computer- en Participatieregeling, die zijn gestoeld op de bijzondere bijstand, kennen een draagkrachtbepaling. De draagkracht (eigen betalingsruimte) is gelijk aan 35% van het netto inkomen voor zover dat meer bedraagt dan 120% van de bijstandsnorm. Dit betekent dat ook inwoners die een inkomen hebben dat hoger is dan de inkomensgrens, toch voor een (gedeeltelijke) vergoeding van de kosten in aanmerking kunnen komen.
Hieronder worden de minimaregelingen beschreven zoals we die kennen in de Kempengemeenten. Naast een beschrijving van de regeling, is ook een korte samenvatting gegeven van ervaringen met de regeling.
Collectieve zorgverzekering voor minima
De Kempengemeenten hebben een collectieve zorgverzekering afgesloten voor inwoners met een laag inkomen en weinig vermogen. Door deel te nemen aan de collectieve zorgverzekering is men goed verzekerd voor minder geld. Naast de collectiviteitskorting, die voor rekening komt van de zorgverzekeraar, kunnen inwoners met een laag inkomen bijzondere bijstand ontvangen voor de premie voor het aanvullend pakket. Vanuit deze gemeentelijke bijdrage kunnen inwoners het middelste aanvullende pakket volledig betalen. Inwoners die ervoor kiezen om het meest uitgebreide aanvullend pakket af te sluiten betalen hiervoor nog een beperkte eigen bijdrage.
De bijzondere bijstand die vanuit ISD de Kempen wordt verleend voor het aanvullend pakket, is hoog vergeleken met de bijdrage die andere gemeenten geven. Dit maakt het voor inwoners met een laag inkomen in de Kempen mogelijk om een goede aanvullende verzekering af te sluiten. Landelijk gezien zorgt het eigen risico regelmatig voor problemen voor deze doelgroep, zo ook in de Kempen. Dit zien we terug in de betalingsachterstanden die men opbouwt, betalingsregelingen die worden getroffen en in uiterste gevallen het royeren van klanten voor het aanvullende verzekeringspakket door de verzekeraar. Deze problematiek is onder de aandacht bij zowel de landelijke politiek als bij de zorgverzekeraars.
Individuele inkomenstoeslag
Een minimum inkomen moet voldoende zijn voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Als iemand lange tijd moet rondkomen van dit minimum inkomen, wordt dit steeds moeilijker. De individuele inkomenstoeslag is daarom bedoeld voor mensen die langdurig moeten rondkomen van een laag inkomen door het ontbreken van kansen op de arbeidsmarkt.
De voorwaarden die in de Kempengemeenten zijn verbonden aan de Individuele Inkomenstoeslag (gedurende 36 maanden een maximaal inkomen van 105% van de bijstandsnorm) is ruim in vergelijking met andere gemeenten. Veel gemeenten hebben ervoor gekozen om de regeling alleen aan te bieden aan bijstandsgerechtigden, inwoners met een inkomen tot 101% van de bijstandsnorm of als zij gedurende 60 maanden een laag inkomen hebben. Ook de bijdrage is hoog in vergelijking met andere gemeenten.
Computerregeling
Ouders van schoolgaande kinderen van 4 t/m 18 jaar kunnen eens per vijf jaar een bijdrage van € 600,- krijgen voor de kosten van een computer en/of accessoires.
De ontwikkelingen op het gebied van digitaal onderwijs gaan razendsnel. Er worden steeds meer vaardigheden gevraagd van kinderen op dit gebied en ook scholen vragen steeds vaker aan kinderen om digitaal huiswerk te maken. Een vaste computer per gezin is hierbij niet langer de norm maar de aanwezigheid van een tablet of ipad. Scholen zijn er voor verantwoordelijk dat alle kinderen kunnen beschikken over de leermiddelen waarmee de school werkt. Scholen zijn er echter niet toe verplicht om tablets en dergelijke die vanuit school gefinancierd worden mee naar huis te geven.
Schoolkostenregeling
Inwoners met een laag inkomen en met schoolgaande kinderen van 4 t/m 18 jaar kunnen een beroep doen op de Schoolkostenregeling. Vanuit deze regeling kan men een bijdrage van € 200,- per kind per schooljaar krijgen voor bijvoorbeeld de kosten van een boekentas, de ouderbijdrage, de excursiekosten en (pas)foto’s.
Alle ouders van schoolgaande kinderen krijgen te maken met extra kosten, zoals de aanschaf van een boekentas, de huur van een kluisje, pasfoto’s en een eigen bijdrage voor schoolreisjes. De bijdrage wordt aan het begin van het schooljaar overgemaakt aan de ouders, omdat op dat moment de kosten grotendeels gemaakt moeten worden. De ervaring leert dat de kosten voor kinderen in het basisonderwijs fors lager zijn dan de kosten voor kinderen in het voorgezet- en middelbaar onderwijs. In de huidige regeling is de gemeentelijke tegemoetkoming echter voor alle kinderen van 4 t/m 18 jaar gelijk.
Participatieregeling
Inwoners met een laag inkomen en met schoolgaande kinderen kunnen een bijdrage van € 350,- per kind per schooljaar krijgen voor de deelname aan sociaal- culturele activiteiten door kinderen van 4 t/m 18 jaar, zoals bijvoorbeeld het lidmaatschap van een sportvereniging, zwemles en muziekles.
Kinderen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen kunnen een bijdrage krijgen als ze lid worden van bijvoorbeeld een sportvereniging of muziekschool. De bijdrage is dusdanig hoog dat men naast het lidmaatschap van een sportclub nog ruimte heeft om bijvoorbeeld sportkleding aan te schaffen. De bijdrage is echter te laag voor kinderen om een zwemdiploma te behalen. Vanuit Stichting Leergeld wordt daarom voor deze kinderen een aanvullende bijdrage beschikbaar gesteld, zodat alle kinderen hun zwemdiploma kunnen halen.
In de Kempengemeenten is volop aandacht voor voor- en vroegschoolse educatievoorzieningen (VVE). Vanuit het huidige minimabeleid zijn er geen mogelijkheden om ouders een financiële bijdrage te geven om hun kinderen te laten deelnemen aan een VVE-programma. Vanuit de Participatiewet is deze mogelijkheid er wel, maar dan alleen voor inwoners die een re-integratietraject richting werk volgen. Ook voor inwoners vanaf 18 jaar bestaat momenteel geen minimaregeling gericht op sociaal-maatschappelijke participatie.
Samenvattend
De huidige minimaregelingen zijn gebaseerd op groepskenmerken. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen minimaregelingen gericht op kinderen van 4 t/m 18 jaar en minimaregelingen gericht op inwoners van 18 jaar en ouder.
De regelingen die gericht zijn op kinderen van 4 t/m 18 jaar hebben als voornaamste doel om deze doelgroep volwaardig te kunnen laten deelnemen aan de maatschappij en het voorkomen van sociale uitsluiting.
Voor inwoners van 18 jaar en ouder kent het huidige minimabeleid geen specifieke regelingen die gericht zijn op het stimuleren van maatschappelijke participatie en/of het voorkomen van sociale uitsluiting. Door het aanbieden van een collectieve zorgverzekering voor minima aan deze doelgroep wordt voorkomen dat inwoners uitgesloten worden van goede gezondheidszorg. De individuele inkomenstoeslag heeft een meer praktische insteek en voorziet in een bedrag voor bijvoorbeeld het vervangen van een wasmachine of een koelkast.
Naast deze regelingen bestaat er voor inwoners de mogelijkheid een beroep te doen op individuele bijzondere bijstand. Daardoor zijn de gemeenten in staat om inwoners financiële ondersteuning te bieden als dit vanwege bijzondere omstandigheden noodzakelijk is. Medische (reis)kosten die niet worden vergoed door de zorgverzekeraar of inrichtingskredieten zijn hier voorbeelden van.