Alle grondwatervoorzieningen van de gemeente worden onderhouden, net zoals de voorzieningen voor stedelijk afvalwater en hemelwater. Op dit moment gaat het om een beperkt aantal voorzieningen: drainage en grondwaterpeilbuizen.
Bij nieuwbouw bestaat de kans om grondwater mee te nemen in de keuzes die worden gemaakt bij de bouw. Uitgangspunt voor de gemeente is om grondwater zoveel mogelijk ‘natuurlijk’ te behandelen. Dit betekent dat als er in gebieden met hoge grondwaterstanden wordt gebouwd, zoveel mogelijk het gebouw wordt aangepast om bruikbaar te zijn bij hoge grondwaterstanden. Dit kan bijvoorbeeld door een perceel op te hogen voordat het wordt bebouwd, een passende fundering aan te leggen en alle leefruimtes waterdicht te maken (dus ook de vloer).
Bij ingrepen in het openbare gebied (bijvoorbeeld rioolvervanging) informeert de gemeente de burgers voorafgaand aan de werkzaamheden over de mogelijke wijzigingen in de grondwaterstand, maatregelen die de gemeente treft en maatregelen die de bewoners of bedrijven zelf kunnen treffen om grondwateroverlast en / of –onderlast te bestrijden.
Perceeleigenaren zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen tegen grondwateroverlast. De gemeente ondersteunt hierin, door middel van haar ‘regierol’ (zie 3.4.3). Als blijkt dat er een verband bestaat tussen het handelen van een persoon of organisatie en de grondwateroverlast, dan dient degene die de overlast veroorzaakt een oplossing te bieden. Gemeente, hoogheemraadschap en provincie kunnen de organisatie zijn die een oplossing moet bieden, maar ook omliggende bedrijven en buren kunnen een juridische verplichting hebben om de grondwateroverlast te verhelpen.
Indien geen enkele andere partij een verplichting heeft om de grondwateroverlast te verhelpen, dan is de gemeente aan zet. Op dat moment moet de gemeente bepalen of er sprake is van ‘structureel nadelige gevolgen’ en ‘doelmatige maatregelen’. Alleen als er sprake is van ‘structureel nadelige gevolgen’ die met ‘doelmatige maatregelen’ kunnen worden verholpen, zal de gemeente maatregelen treffen.
Onder structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand verstaat de gemeente dat door een te hoge of te lage grondwaterstand de gebruiksfunctie van het openbare gebied of van particuliere percelen langdurig of herhaaldelijk wordt aangetast. De gemeente spreekt dan van structurele grondwateroverlast of grondwateronderlast.
Voorbeelden van structurele grondwateroverlast en -onderlast zijn:
aantasting leefbaarheid (vochtige verblijfsruimten);
schade aan openbare verhardingen;
afsterven van groenvoorzieningen;
aantasting van de gebruiksfunctie door droogstand van houten paalfunderingen.
Grondwateronderlast in de vorm van droogstand van houten paalfunderingen treedt vaak onopgemerkt op, vaak jarenlang zonder zichtbare schade. Het probleem wordt meestal pas zichtbaar als de vaak grote en onomkeerbare schade al is opgetreden. Als er meldingen komen, is het dus vaak al te laat en zijn ingrijpende maatregelen nodig. Daarom vindt de gemeente meldingen van grondwateronderlast geen goede maatstaf om grondwateronderlast als structureel te beschouwen. De gemeente beschouwt grondwateronderlast als structureel als er langdurig te lage grondwaterstanden optreden en uit projectmatig onderzoek blijkt dat de gebruiksfunctie hierdoor wordt aangetast.
Naast structurele overlast- of onderlast kan ook niet-structurele overlast- of onderlast voorkomen. Hieronder wordt verstaan tijdelijk overlast door tijdelijk te hoge of te lage grondwaterstanden. De gebruiksfunctie van het openbare- of particuliere perceel wordt hierbij niet aangetast.
Een voorbeeld van niet structurele overlast is water in de kruipruimte bij hevige regenbuien
Indien er sprake is van structurele overlast moet worden bepaald of deze kan worden verholpen of verminderd met ‘doelmatige maatregelen’. De gemeente beziet de doelmatigheid per locatie vanuit de kosten en effecten van de maatregel. Vanuit doelmatigheid (kosteneffectiviteit) wordt de aanleg van drainage in openbaar gebied bij voorkeur zoveel mogelijk gecombineerd met rioolvervanging en/of ophoging en herbestrating. Dit kan inhouden dat maatregelen worden uitgesteld. Als te nemen maatregelen leiden tot andere negatieve gevolgen, die de gevolgen van de grondwaterstand overschrijden, kan de gemeente besluiten af te zien van maatregelen of besluiten om de maatregelen uit te stellen.
In de meeste gevallen van grondwateroverlast en -onderlast zal de gemeente gelijktijdig met omwonenden maatregelen moeten treffen. De gemeente neemt namelijk enkel maatregelen op openbaar terrein. Als er werkzaamheden nodig zijn op particulier terrein, dan is dit voor rekening van de perceeleigenaar. Goed overleg tussen gemeente en omwonenden is daarom noodzakelijk.
De gemeente neemt altijd een regierol op zich bij een melding van grondwateroverlast. Dit betekent dat een melding in ontvangst wordt genomen, wordt beoordeeld en alle relevante informatie die bij de gemeente beschikbaar is openlijk wordt gedeeld. De gemeente zal niet zelf het onderzoek naar de oorzaken en oplossingen uitvoeren, tenzij de melder aannemelijk kan maken dat hij zelf de overlast niet kan verminderen en geen enkele andere partij de overlast veroorzaakt.
Om deze regiorol beter te vervullen investeert de gemeente in het grondwatermeetnet. Verspreid door de gemeente komen peilbuizen. Er worden langjarig meetgegevens verzameld, zodat een beter beeld ontstaat van de grondwaterfluctuaties.
Bij grondwateroverlast in het bestaande openbare gebied hanteert de gemeente de onderstaande voorkeursvolgorde voor maatregelen:
vergroten drooglegging en ontwatering door ophoging, hierbij wordt een minimale drooglegging van 0,60 meter nagestreefd;
aanleggen van extra oppervlaktewater (vaak alleen mogelijk bij revitalisering/nieuwbouw);
aanleg drainagesystemen.
In gebieden met grote afstanden tot oppervlaktewater en zonder bestaande ontwateringsvoorziening ziet de gemeente het als doelmatig om gelijktijdig met de rioolvervanging een drainagesysteem aan te leggen. Hierbij worden meteen uitleggers richting de aanliggende percelen aangelegd op het gewenste ontwateringsniveau.
De gemeente zal geen grondwatermaatregelen nemen op particulier terrein. Wel zal ze bij structurele overlast kijken of het mogelijk is om op doelmatige manier het overtollig grondwater van particulier terrein af te voeren. De gemeente neemt dan vanaf de perceelgrens het water in ontvangst en voert het af volgens de volgende voorkeursvolgorde voor de afvoer van overtolliggrondwater:
naar oppervlaktewater;
naar openbaar drainagesysteem;
naar een niet bemalen openbaar hemelwaterstelsel;
naar een bemalen openbaar hemelwaterstelsel;
naar een bemalen gemengd/vuilwaterstelsel.
Wat willen we bereiken 3 › Grondwater 3.4
Artikel 3.4.3
Artikel 3.4.3
Onderdeel van Gemeentelijk Rioleringsplan Krimpenerwaard 2017-2021