De toeslag bedoeld in artikel 25, lid 1, van de wet bedraagt voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft: 20 procent van de gehuwdennorm.
De toeslag als bedoeld in artikel 25, lid 1, van de wet bedraagt voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning één ander zijn hoofdverblijf heeft: 10 procent van de gehuwdennorm.
De toeslag als bedoeld in artikel 25, lid 1, van de wet bedraagt voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning twee of meer anderen hun hoofdverblijf heeft: 5 procent van de gehuwdennorm.
Voor de toepassing van dit artikel worden kinderen van 18 jaar of ouder doch jonger dan 21 jaar met een inkomen van ten hoogste 35 procent van de gehuwdennorm niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft.
In aanvulling op het vierde lid, worden kinderen van 18 jaar en ouder niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft, als zij uitsluitend inkomsten uit studiefinanciering volgens de WSF 2000 of een tegemoetkoming volgens de WTOS ontvangen. Voorgaande is niet van toepassing als het kind naast de studiefinanciering of tegemoetkoming andere inkomsten heeft, die hoger zijn dan het inkomen als bedoeld in het vierde lid.
Er wordt bij samenloop WIJ en WWB geen toeslag verstrekt aan de belanghebbende die recht heeft op algemene bijstand.
HOOFDSTUK 2
Artikel 4
Toeslagen alleenstaande en alleenstaande ouder
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand