Naar hoofdinhoud
1.. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen personen. 2.. Indien burgemeester en wethouders vaststellen dat de verplichtingen van deze verordening niet zijn nagekomen, kunnen burgemeester en wethouders besluiten handhavend op te treden dan wel legalisatie achteraf van de ontstane situatie verlangen met inachtneming van de bepalingen zoals vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht. Indien blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden zijn gemeld maar dat hiervoor een instemmingsbesluit is vereist, is dit artikel van overeenkomstige toepassing. 3.. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid en haar overige wettelijke bevoegdheden zijn burgemeester en wethouders bevoegd het instemmingsbesluit in te trekken, dan wel de werkzaamheden stil te leggen indien er wordt gewerkt: zonder instemmingsbesluit of zonder melding; in afwijking van de voorschriften van het instemmingsbesluit; in afwijking van de nadere regels; in strijd met het geldende breekverbod.

Rechtspraak bij dit artikel