**1..** Een hulpvraag kan door of namens een ingezetene schriftelijk, elektronisch, mondeling oftelefonisch bij het college worden gedaan.
**2..** Het college bevestigt de ontvangst van een melding binnen twee weken schriftelijk en informeertde cliënt over de gang van zaken na de melding, diens rechten en plichten en devervolgprocedure.
**3..** In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3. van de wet treft het college na de meldingonverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.
**4..** De cliënt of degene die namens hem de melding doet wordt gewezen op de mogelijkheid zichtijdens het onderzoek te laten bijstaan door iemand uit het eigen netwerk en/of een gratiscliëntondersteuner.
**5..** Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet vanbelang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedigmogelijk (maar binnen een termijn van twee weken) met hem een afspraak voor een gesprek.
**6..** Voor het gesprek verschaft de cliënt het college alle overige gegevens en bescheiden die naar hetoordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikkingkan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 vande Wet op de identificatieplicht ter inzage.
**7..** Het college brengt de cliënt op hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld inartikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na demelding in de gelegenheid het plan te overhandigen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1