1. Een uitspraak van de Hoge Raad waarin een toepassing van de belastingwet besloten ligt die voor de belanghebbende gunstiger is dan de bij de heffing van de belasting gevolgde toepassing, leidt niet tot het ambtshalve verlenen van vermindering van belasting als de belastingaanslag of de voldoening op aangifte onherroepelijk is komen vast te staan voor de dag, waarop de uitspraak door de Hoge Raad is gewezen, respectievelijk voor de dagtekening van het beleidsbesluit of andere schriftelijke aanwijzing, tenzij het college van burgemeester en wethouders op dit punt een afwijkende regeling heeft getroffen.
2. Wat in het eerste lid is bepaald over een uitspraak van de Hoge Raad, is in daartoe leidende gevallen ook van toepassing op prejudiciële beslissingen van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en op rechterlijke uitspraken van het Hof en andere supranationale colleges.
3. Een uitspraak van een rechtbank of gerechtshof is doorgaans geen aanleiding voor het ambtshalve verlenen van vermindering van belasting, behalve als het college van burgemeester en wethouders kenbaar heeft gemaakt dat de uitspraak tot richtsnoer moet worden genomen. Het eerste lid is in dat geval van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
Jurisprudentie
Onderdeel van Beleidsregels ambtshalve vermindering gemeentelijke belastingen