De Wet op de lijkbezorging schrijft voor dat de behandelende arts of de gemeentelijke lijkschouwer een verklaring van overlijden afgeeft aan de ambtenaar van de burgerlijke stand (artikel 12). Vervolgens geeft deze schriftelijk verlof tot begraven of cremeren (artikel 11). Dit verlof dient te worden overlegd aan de beheerder. Door de medewerking aan de begrafenis te weigeren wanneer dit verlof niet in zijn bezit is voldoet de beheerder aan de wettelijke vereisten.
De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing.
Voor het bijzetten van een stoffelijk overschot in een particulier graf is altijd toestemming van een verantwoordelijke rechthebbende vereist. Indien de rechthebbende is overleden en diens stoffelijk overschot in het particuliere graf dient te worden bijgezet, is het bijna niet mogelijk om de benoeming van een nieuwe rechthebbende tijdig administratief rond te krijgen. De aanmelding van een begrafenis geschiedt immers slechts 1 of 2 dagen voor de gewenste datum. Daarom wordt de eis gesteld dat in dit geval tenminste het verzoek tot overschrijving van het recht vóór de bijzetting wordt gedaan volgens artikel 16, tweede lid.
De wettelijke grafrusttermijn van tien jaar is de termijn dat een lijk volgens de wet ten minste begraven moet blijven voordat het mag worden geruimd. Het komt voor dat in particuliere graven begravingen of bijzetting betrekkelijk kort voor het aflopen van de uitgiftetermijn plaats moeten vinden. Daarom is vastgelegd dat in dergelijke gevallen begraving of bijzetting alleen kan plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn. Uiteraard zal die verlenging dan een periode moeten omvatten die de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minsten gelijk maakt aan de grafrusttermijn van tien jaar.
Hoofdstuk 8.
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats "De Leeuwerenk" 2017