Subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien:
er voor de werkzaamheden op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning voor monumenten en/of bouwen wordt vereist, maar deze vergunning niet is verleend;
met de uitvoering van de werkzaamheden het belang, genoemd in artikel 1, sub h en i, niet of niet in voldoende mate is gediend;
de kosten van de werkzaamheden niet in een redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat;
met het uitvoeren van de werkzaamheden is begonnen, voordat het college een besluit heeft genomen over de subsidieaanvraag;
de subsidiabele kosten van de onderhoudswerkzaamheden minder bedragen dan € 500;
de subsidiabele kosten van de restauratiewerkzaamheden minder bedragen dan € 1.000;
de werkzaamheden naar het oordeel van het college niet naar behoren zullen worden uitgevoerd;
een aanvraag onderhoudssubsidie betreffende het jaarlijks onderhoud wordt ingediend in hetzelfde kalenderjaar, waarin een eerdere onderhoudssubsidie voor datzelfde gemeentelijke monument is verleend;
in dezelfde kosten al uit andere hoofde subsidie tot eenzelfde of een hoger bedrag kan worden toegekend;
de eigenaar van het gemeentelijke monument de bouwkundige staat van dit monument niet in goede stand houdt;
het gemeentelijke monument, waarop de aanvraag betrekking heeft, niet is verzekerd onder een zogenoemde (uitgebreide) opstalverzekering, gebaseerd op de waarde van het monument;
ingeval uit het bouwkundige inspectierapport van de Monumentenwacht blijkt dat de uit te voeren werkzaamheden onvoldoende waarborgen bieden voor de duurzame instandhouding van het monument.
Hoofdstuk 5
Artikel 12