Naar hoofdinhoud
1.. Aan de eigenaar van een gemeentelijk monument kan een subsidie worden verleend als tegemoetkoming in de kosten die noodzakelijk zijn voor onderhoud en restauratie, ter instandhouding van het monument. 2.. Het college verleent geen subsidie voor gemeentelijke monumenten, in eigendom van de gemeente Heemskerk. 3.. Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend tussen 1 januari en 31 december van een kalenderjaar en worden op volgorde van binnenkomst behandeld en verleend voorzover het subsidieplafond strekt. 4.. De bepalingen in deze verordening gelden zowel voor de eigenaar aan wie subsidie wordt verleend als voor iedere opvolgende eigenaar van het gemeentelijke monument. 5.. De subsidie wordt berekend op basis van de subsidiabele kosten, met uitzondering van: kosten waarvoor op grond van enige andere regeling in het kader van de monumentenzorg subsidie kan worden verleend. Indien op grond van enige andere regeling een subsidie kanworden verleend tot een lager bedrag dan de maximale gemeentelijke subsidie, dan wordt dit lagere bedrag op de gemeentelijke subsidie in mindering gebracht; kosten die op grond van een verzekering worden gedekt. 6.. Indien de onderhouds- en/of restauratiewerkzaamheden geheel of gedeeltelijk worden verricht door de eigenaar, anders dan in de uitoefening van zijn bedrijf, al dan niet met hulp van derden zonder dat bij de hulp sprake is van uitoefening van een bedrijf, dan komen de kosten van zelfwerkzaamheid van de eigenaar en genoemde derden (‘loonkosten’) niet in aanmerking voor subsidie en worden slechts de materiaal- en materieelkosten als subsidiabele kosten aangemerkt. 7.. Indien rekeningen en bewijzen van betaling betrekking hebben op kosten van personeel dat in loondienst is bij de eigenaar, dan dient tevens een verklaring van een registeraccountant of van een accountant-administratieconsulent te worden overgelegd, waaruit blijkt hoeveel uren door dat personeel is besteed aan subsidiabele werkzaamheden. 8.. Het college kan besluiten aanvullende subsidie te verlenen voor onvermijdelijk en onvoorzien meerwerk, dat zich openbaart ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden en dat de subsidiabele post onvoorzien (maximaal 5% van de aanneemsom) overstijgt. Een subsidieaanvraag voor onvermijdelijk meerwerk moet worden onderbouwd met een gespecificeerde kostenbegroting. De subsidiabele kosten met inbegrip van het onvoorziene meerwerk mogen de in artikel 6 (onderhoudssubsidie) en artikel 7 (restauratiesubsidie) genoemde maxima niet te boven gaan. Indien het subsidieplafond al bereikt is in het betreffende kalenderjaar, dan wordt de aanvraag voor aanvullende subsidie, berekend over het onvermijdelijke meerwerk, overgeheveld naar het eerstvolgende kalenderjaar en op volgorde van binnenkomst behandeld en verleend, voorzover het subsidieplafond strekt en voorzover het totale subsidiebedrag inclusief de aanvullende subsidie de genoemde maxima niet te boven gaat. 9.. Voorzover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan het voorbehoud worden gemaakt dat voldoende financiële middelen beschikbaar worden gesteld. Het voorbehoud vervalt, indien daarop niet binnen 4 weken na vaststelling of goedkeuring van de gemeentebegroting een beroep is gedaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel