Naar hoofdinhoud
De precariobelasting wordt niet geheven er zake van het hebben van: 1. voorwerpen ten behoeve van eigendommen, welke bij de gemeente in gebruik zijn, tenzij  deze in gebruik zijn gegeven aan derden; 2. ten behoeve van het publiek aangebrachte brievenbussen en/of postzegelautomaten; 3. wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond A.N.W.B. en van andere overeenkomstige instellingen; 4. voorwerpen, welke daar ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd; 5. voorwerpen ten behoeve van kermisinrichtingen en circussen met hun toebehoren, indien reeds een vergoeding voor de ingenomen gemeentegrond aan de gemeente verschuldigd is; 6. voorwerpen onder, op of boven openbare gemeentegrond en openbaar gemeentewater, voor zover reeds uit andere hoofde een vergoeding voor het gebruik van de gemeentegrond en gemeentewater is verschuldigd; 7. voorwerpen, welke ter uitoefening van die publiekrechtelijke taak van de gemeente zijn aangebracht en/of geplaatst door de gemeente 8. borden tot verhuur of verkoop van onroerende zaken, in het geval deze borden aan de te verhuren of te verkopen onroerende zaken zijn bevestigd; 9. buisgeleidingen, dienende voor de afvoer van water en rioolstoffen op de gemeentelijke riolering; 10. borden, masten, palen, e.d., die in verband met verkiezingen van vertegenwoordigende lichamen zijn aangebracht door of namens de gemeente. 11. pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen, bloembakken, goten, goot- of kroonlijsten, regenpijpen, balkons en spionnen; 12. rails ten dienste van een openbaar middel van vervoer.

Rechtspraak bij dit artikel