**1..** Een commissielid, de voorzitter, de burgemeester, een wethouder en de griffier spreken vanaf hun plaats of vanaf de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.
**2..** Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de in het eerste lid genoemde personen van een andere plaats spreken.
**3..** De in het eerste lid genoemde personen voeren het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 16.