Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2018

1.. De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten met dien verstande dat er niet meer dan 7 aaneengesloten overnachtingen per persoon per verblijfsperiode worden berekend. 2.. Indien een standplaats gedurende een of meerdere verhuurperiode(n) binnen het kalenderjaar gedurende minimaal 28 aaneengesloten dagen aan dezelfde persoon of personen wordt verhuurd, wordt de belasting voor die verhuurperiode(n) forfaitair geheven naar rato van de duur van de door belastingplichtige overeengekomen afzonderlijke verhuurperiode(n). Hierbij worden de volgende verhuurperioden onderscheiiden: verhuurperiode A van 28 t/m 45 dagen verhuurperiode B van 46 t/m 76 dagen verhuurperiode C van 77 t/m 107 dagen verhuurperiode D van 108 t/m 138 dagen verhuurperiode E van 139 t/m 169 dagen verhuurperiode F van 170 t/m 200 dagen verhuurperiode G van 201 dagen of meer Hierbij wordt verstaan onder: Een standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een periode van minimaal 1 maand plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen. 3.. Indien een standplaats in de loop van een jaar afwisselend voor kortere en langere perioden wordt verhuurd, wordt de heffing bepaald op de som van de afzonderlijke heffingen die op grond van lid 1 en 2 verschuldigd zijn.

Rechtspraak bij dit artikel