Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden op de begraafplaats: zonder toestemming van Burgemeester en wethouders een overledene te (doen) begraven; een overledene te begraven of aan een herdenkingsbijeenkomst deel te nemen op andere tijden, dan genoemd in de reservering als bedoeld in artikel 9; te handelen in strijd met de aanwijzingen van de beheerder; een grafbedekking te plaatsen of in stand te houden zonder of in afwijking van de vergunning; as te verstrooien anders dan op het aangewezen strooiveld (heuvel W) of in een particulier graf of eigengraf; op de grafruimten te lopen; de begraafplaats te verontreinigen; met motorrijtuigen op de begraafplaatsen te rijden: anders dan op de daartoe aangewezen rijwegen, uitgezonderd motorrijtuigen die in gebruik zijn voor begrafenissen en scootmobiels ; sneller dan 10 km per uur; rijwielen mee te voeren, anders dan om deze in de daarvoor aangewezen gedeelten van het terrein van de begraafplaats te plaatsen; huisdieren mede te nemen; gereedschappen of andere niet tot de grafruimte behorende voorwerpen te bewaren anders dan in de daartoe bestemde opbergplaatsen; bedrijfsmatig geluids- en beeldopnamen te maken zonder toestemming van het college; tegen de wil van deelnemers aan een begrafenis of herdenkingsbijeenkomst daarvan geluids- en beeldopnamen te maken; bezoekers en medewerkers te hinderen bij het begraven en het verrichten van werkzaamheden; zich te gedragen in strijd met de eerbied, aan de doden verschuldigd. 2.. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, onder h.1.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel