1.Voor de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking wordt door
het college een adviseur aangewezen die beschikt over voldoende
deskundigheid inzake advisering op het gebied van planschade.
2.Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste
lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op
planschade vanwege inkomensderving en er, gezien de complexiteit, aard en
omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door
het college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is op het gebied
van accountancy of van financieel economische bedrijfsvoering.
3.Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste
lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op
planschade vanwege waardevermindering van een onroerende zaak en er, gezien
de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra
deskundigheid wordt door het college een tweede adviseur aangewezen die
deskundig is ter zake van de waardering van onroerende zaken en van
waardevermindering daarvan als gevolg van een
planologische verslechtering.
4.Indien naar het oordeel van het college het tweede en het derde lid van
toepassing zijn, worden zowel de in het tweede als het derde lid bedoelde
adviseurs aangewezen.
5.Bij aanwijzing van meerdere adviseurs vormen deze een adviescommissie,
waarvan de in het eerste lid bedoelde adviseur voorzitter is. De
adviescommissie wijst uit haar midden een rapporteur aan.