1.Het college kan voor de duur van maximaal zes maanden een voorziening voor tijdelijke huisvesting verlenen indien:
a een ondersteuningsbehoevende, in verband met een voorziening van bouwkundige of woontechnische aard van zijn huidige of een nog te betrekken woning, heeft voorzien in noodzakelijke tijdelijke huisvesting; en
b voor zover de kosten voor deze huisvesting noodzakelijk zijn.
2.De voorziening voor tijdelijke huisvesting kan het bedrag per maand genoemd in artikel 13 lid 1 onder a van de Wet op de huurtoeslag niet te boven gaan.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.8
Voorziening voor tijdelijke huisvesting
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2008 met bijbehorende toelichting