Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.. De burgemeester kan de vergunning weigeren indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het geldend bestemmingsplan. 3.. Degene die een openbare inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een openbare inrichting staakt, is verplicht binnen 14 dagen daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester. 4.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, wijzigen of intrekken indien naar zijn oordeel: In of vanuit de openbare inrichting een feit of feiten hebben voorgedaan of aannemelijk is dat in de toekomst zich een feit of feiten gaan voordoen waardoor de openbare orde en/of het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting nadelig wordt beïnvloedt; De exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 5.. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in: een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; een zorginstelling; een museum; of een bedrijfskantine of –restaurant.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel