Subsidie wordt in ieder geval geweigerd:
indien de vergunning, bedoeld in artikel 11 e.v. van de Monumentenwet 1988 (van toepassing krachtens Artikel 9 Overgangsrecht van de Erfgoedwet) dan wel artikel 2.2 van de Wabo, niet is verleend;
indien met de werkzaamheden is begonnen, voordat de eigenaar van het college een beschikking tot subsidieverlening heeft ontvangen, dan wel bericht heeft gekregen welke kosten als subsidiabele kosten zijn aangemerkt;
als de kosten op grond van een verzekeringsovereenkomst zijn gedekt;
indien het beschermde gemeentelijke monument waarop de aanvraag betrekking heeft niet is verzekerd onder een zogenaamde uitgebreide opstalverzekering, gebaseerd op de (herbouw)waarde van het monument;
als dezelfde werkzaamheden binnen een periode van vijf jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend al voor subsidie in aanmerking zijn gekomen;
als door het verlenen van subsidie het in artikel 23 bedoelde subsidieplafond wordt overschreden.