Naar hoofdinhoud
1.. Onverminderd de rechten, welke eventueel zijn verschuldigd ingevolge artikel 11 en 12, tweede lid van deze verordening, wordt voor het opgraven of verplaatsen van kisten en urnen, een en ander op verzoek van de rechthebbende of gebruiker, een bedrag geheven van € 443,10. Indien het betreft een grafruimte gelegen in sectie AA wordt in afwijking van het voorgaande een bedrag geheven van € 257,25. 2.. Indien een lijk of urn wordt opgegraven, anders dan op rechterlijk bevel, en opnieuw op de begraafplaats, maar in een andere grafruimte wordt begraven, wordt bovendien een bedrag geheven, als vermeld in artikel 12, eerste lid. 3.. De in het eerste lid genoemde bedragen worden verhoogd met de kosten die door derden in rekening worden gebracht. 4.. De in het derde lid bedoelde kosten worden bepaald aan de hand van een voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager medegedeelde opgave van externe kosten, blijkende uit een begroting die door of vanwege het college is opgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel