**4.1.** Het verlof bedraagt dan wel 20, 40 of 50% procent van de betrekkingsomvang waarbij de formele arbeidsduur van de medewerker gedurende de deelname ongewijzigd blijft.
**4.2.** De medewerker die voor 20 of 40% verlof heeft gekozen kan gedurende de looptijd, doch eerst na twee jaar, op een door hem gewenst tijdstip verzoeken het percentage te verhogen naar respectievelijk 40 of 50%.
**4.3.** De minimaal feitelijke arbeidsduur na gebruikmaking van de regeling dient ten minste 14,4 uur per week te bedragen.
**4.4.** Ter voldoening aan het bepaalde onder lid 4.3 wordt het percentage zoals genoemd in lid 1 voor de deeltijder die aan het generatiepact deelneemt binnen de bandbreedte 20-50% bijgesteld
**4.5.** Aan de medewerker die deelneemt aan het generatiepact wordt gedeeltelijk doorbetaald buitengewoon verlof verleend.
**4.6.** In afwijking van artikel 6:4:5 van de AVR wordt het verlof verleend voor de duur van de deelname.