Reiskosten in het belang van de dienst
Voor het maken van dienstreizen wordt zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van het openbaar vervoer en/of de dienstfiets en/of de dienstauto.
Indien voor de dienstreis geen dienstfiets beschikbaar is en gebruik wordt gemaakt van een eigen fiets, wordt hiervoor een vergoeding verleend conform het gestelde in de Reisregeling Binnenland.
De kosten van het openbaar vervoer (laagste klasse) ten behoeve van de dienst worden volledig vergoed tegen overlegging van de vervoersbewijzen. Indien de medewerker naast het openbaar vervoer gebruik moet maken van een taxi om op de plaats van bestemming te komen, dan worden deze kosten volledig vergoed.
Indien gebruik van het openbaar vervoer en/of van de fiets naar het oordeel van de werkgever niet mogelijk of niet doelmatig is, kan met een eigen motorvoertuig worden gereisd. De vergoeding bedraagt € 0,28 netto per kilometer.
Indien naar het oordeel van de werkgever reizen per openbaar vervoer wel mogelijk en wel doelmatig is, maar de medewerker ervoor kiest met een eigen motorvoertuig te reizen, dan bedraagt de vergoeding € 0,09 netto per kilometer.
De afgelegde afstand met een eigen motorvoertuig zoals bedoeld in de leden 4 en 5, wordt berekend met behulp van de ANWB Routeplanner, volgens de snelste route.
Indien de medewerker bij dienstreizen kosten heeft gemaakt voor veer-, tol- en tunnelgelden worden deze kosten vergoed onder overlegging van bewijzen.
Indien de medewerker bij dienstreizen kosten heeft gemaakt voor parkeren worden deze kosten vergoed onder overlegging van bewijzen.
De fiscale afhandeling van de vergoedingen van parkeer-, veer-, tol- en tunnelgelden zal conform de vigerende wet- en regelgeving worden uitgevoerd.