Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › § 7.

Artikel 18

Wijziging respectievelijk intrekking 'Verordening Kinderopvang 1996'

Onderdeel van Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang

De huidige 'Verordening kinderopvang 1996' geldt voor zowel de kinderdagverblijven, de gastouderbureaus, de buitenschoolse opvang als voor de peuterspeelzalen. De Wet kinderopvang daarentegen heeft geen betrekking op peuterspeelzalen. Ten aanzien van de wel door de Wet kinderopvang geregelde vormen volstaat de wet met een meldingsplicht en met (globale) in de wet zelf opgenomen kwaliteitseisen. Aanvullende regelgeving door gemeenten is niet noodzakelijk geacht en als ongeoorloofd aangemerkt. De op basis van de 'Verordening kinderopvang 1996' door het College vastgestelde 'nadere besluiten' zijn, van rechtswege vervallen (Besluit Nadere Regels Gastouderbureaus 1996) dan wel dienovereenkomstig gewijzigd/ ingetrokken (Besluit Nadere Regels Kindercentra 1996). Gelet op vorenstaande kan de vraag of voor peuterspeelzalen nog wel een "verzwaard regiem van vergunningsplicht" moet blijven gelden of dat wellicht ook in de toekomst kan worden volstaan met een melding- en registratieplicht, legitiem worden geacht. Later dit jaar verwacht de VNG te komen met een handreiking peuterspeelzaalwerk en een eventuele modelverordening. Door de Verordening kinderopvang 1996' gedurende het jaar 2005 nog van toepassing te laten zijn op peuterspeelzalen kan naar nut en noodzaak van een vergunningensysteem nader onderzoek worden gedaan. Derhalve wordt in dit artikel de voormelde verordening met ingang van 1 januari 2005 gewijzigd en vervolgens met ingang van 1 januari 2006 ingetrokken.

Rechtspraak bij dit artikel