Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › § 7.

Artikel 20

Inwerkingtreding

Onderdeel van Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang

Door vertraging in het wetgevingstraject is de oorspronkelijke planning van het implementatietraject door gemeenten met name in 2004 onder steeds groeiende tijdsdruk komen te staan. Gelet ook op dat tijdsverloop dient een belangenafweging gemaakt te worden tussen enerzijds een zorgvuldige besluitvormingsprocedure, die burgers voldoende tijd en gelegenheid geeft om te reageren op de voorgenomen regelgeving, en anderzijds het belang van de burgers en ook de gemeente om na inwerkingtreding van de verordening voldoende tijd en gelegenheid te hebben om aan de verplichtingen die de verordening hen oplegt te voldoen en gebruik te maken van de aanspraken die de verordening de burger biedt. De VNG heeft geadviseerd om -onder toepassing van artikel 25 van de Tijdelijke referendumwet (Trw)- de inwerkingtreding van de verordening niet laten voorafgaan door de door die wet vereiste termijn van 6 weken. Lid 1 van dit artikel regelt vorenstaande. Nu de Minister zeer recentelijk heeft besloten om de in de Wet kinderopvang opgenomen bepalingen terzake van sociaal-medisch geïndiceerden op 1 januari 2005 vooralsnog (2005) niet in werking te laten treden is het wenselijk om de in de voorliggende verordening daaromtrent opgenomen bepalingen geldingskracht te ontzeggen. Ingevolge het bepaalde in artikel 20 lid 2 treden deze bepalingen nu eerst in werking op de datum dat de nadere regelgeving door de Minster van Sociale Zaken als bedoeld in artikel 6 eerste lid onder ken en artikel 23 van de wet, van kracht wordt. Vastgesteld in de openbare vergadering van 20 december 2004, gewijzigd vastgesteld 19 december 2005 , gewijzigd vastgesteld 17 december 2007, De Griffier, De Voorzitter,

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel