Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Aflegging ambtseed of ambtsbelofte

Onderdeel van Regeling verstrekking werkkleding Drechtsteden/Zuid-Holland Zuid

1.. De ambtseed of ambtsbelofte wordt door de ambtenaar ten overstaan van de burgemeester respectievelijk de voorzitter van het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling afgelegd in aanwezigheid van een getuige. 2.. De ambtseed of ambtsbelofte wordt door de griffier ten overstaan van de raad afgelegd. 3.. De ambtseed of ambtsbelofte wordt door het griffiepersoneel ten overstaan van de griffier in aanwezigheid van een getuige of ten overstaan van de werknemerscommissie afgelegd. 4.. Het afleggen van de ambtseed of ambtsbelofte moet staande plaatsvinden. 5.. De ambtenaar is vrij in zijn keuze tussen de ambtseed en de ambtsbelofte. Tevoren wordt hem naar zijn keuze gevraagd. 6.. Aan de aflegging van de ambtseed of ambtsbelofte, die plaatsvindt in een speciaal daarvoor georganiseerde bijeenkomst, gaat een korte toespraak vooraf, waarin gewezen wordt op de bijzondere verantwoordelijkheid en positie van de ambtenaar in de openbare dienst en de waarde en inhoud van de ambtseed en ambtsbelofte worden toegelicht. 7.. Het afleggen van de ambtseed of ambtsbelofte gebeurt als volgt: degene die de ambtseed of ambtsbelofte afneemt leest de eedsformule of belofteformule duidelijk voor; de ambtenaar die de ambtseed aflegt steekt vervolgens de twee voorste vingers van zijn rechterhand aaneengesloten op en spreekt daarbij de woorden uit “zo waarlijk helpe mij God almachtig”; de ambtenaar die de ambtsbelofte aflegt spreekt de woorden uit “dat beloof ik”. 8.. Indien de ambtenaar, gelet op diens godsdienstige overtuiging, op een andere wijze de ambtseed of ambtsbelofte wil afleggen, wordt van deze wijze van afleggen aantekening gemaakt op het formulier. De tekst hiervoor dient de ambtenaar ruim van te voren in te dienen. 9.. Naast de mondelinge aflegging van de ambtseed of ambtsbelofte, wordt in tweevoud een verklaring ondertekend door degene die de eed/belofte heeft afgelegd, degene die de eed/belofte heeft afgenomen en door de getuige. Eén exemplaar wordt toegevoegd aan het personeelsdossier; het andere wordt uitgereikt aan degene die de eed/belofte heeft afgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel