1.De commissie kan kamers instellen, die belast worden met de behandeling van
bezwaarschriften en zienswijzen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van deze
verordening.
2.De commissie bepaalt het aantal kamers en stelt voor elke kamer vast welke
categorie of categorieën bezwaarschriften door haar zullen worden behandeld.
Elke kamer bestaat uit ten minste drie leden:
een voorzitter overeenkomstig artikel 7:13 Awb, zijnde de voorzitter als
bedoeld in artikel 3, eerste lid, van deze verordening;
b.ten minste twee andere leden, door de commissie aangewezen uit haar
midden.
4.De commissie wijst uit haar midden voor elk lid een eerste en een tweede
plaatsvervanger aan.
5.De voorzitter kan beslissen dat de behandeling van een bezwaarschrift door de
commissie zal geschieden.
6.Op de werkwijze van de kamers is het bepaalde in deze verordening zo veel
mogelijk van overeenkomstige toepassing.