1.De ambtenaar verricht geen werkzaamheden op zaterdag en zondag, tenzij het
dienstbelang dit noodzakelijk maakt. Een afwijking hiervan is slechts mogelijk voor
ten hoogste 26 zondagen per jaar.
2.Bij de vaststelling van de werktijden van de ambtenaar wordt zoveel mogelijk
gezorgd, dat de ambtenaar op zondag en de voor hem geldende kerkelijke
feestdagen zijn kerk kan bezoeken en dat hij in zijn zondagsrust zo weinig
mogelijk wordt beperkt.
3.Hetgeen in dit artikel ten aanzien van het verrichten van arbeid op zondag is
bepaald, geldt mede voor het verrichten van arbeid op de nieuwjaarsdag, de
tweede Paasdag, de Hemelvaartsdag, de tweede Pinksterdag, de beide
Kerstdagen en de dag waarop de verjaardag van de koning wordt gevierd.
4.Voor zover het dienstbelang niet anders vereist, geldt, hetgeen in dit artikel ten
aanzien van het verrichten van arbeid op zondag is bepaald, ook voor kerkelijke of
nationale, landelijke, regionale of plaatselijk erkende feest- of gedenkdagen die
door het college zijn aangewezen als dagen, waarop de openbare dienst van de
gemeente is gesloten
5.Het bepaalde in dit artikel vindt voor hem die tot een kerkgenootschap behoort dat
de wekelijkse rustdag op de sabbat of de zevende dag viert, overeenkomstige
toepassing indien hij een daartoe strekkend verzoek heeft ingediend.