In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse
belasting gedurende 10 jaren. Het verzoek genoemd in de eerste volzin dient
binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag schriftelijk bij de in
artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
gemeenteambtenaar te worden ingediend.
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
verschuldigde, berekend op basis van een periode van 10 jaren en een
rentevoet van 4,1%.
De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar
worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde van de op
1 januari van het belastingjaar, waarin de afkoop plaatsvindt, nog te
verschijnen belastingbedragen berekend naar een rentevoet van 4,1%.
Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing
en de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak als bedoeld in het
eerste lid eindigt of wijzigt als gevolg van het overdragen van eigendom,
bezit of beperkt recht, wordt de nieuwe genothebbende krachtens eigendom,
bezit of beperkt recht, met ingang van het eerstvolgende belastingjaar een
aanslag ineens opgelegd voor de resterende belastingjaren van het
belastingtijdvak, berekend overeenkomstig het vierde lid van dit
artikel.
In afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op verzoek van de in
dat onderdeel bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse heffing
overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient
binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag ingevolge onderdeel a,
schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de
Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden ingediend.
Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing
en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het bezit of het beperkt
recht van een gedeelte van de onroerende zaak wordt overgedragen, wordt,
voor de verdeling van de resterende belastingschuld, de maatstaf van heffing
als bedoeld in artikel 4 voor de betreffende onroerende zaken opnieuw
vastgesteld voor de nog niet verstreken belastingjaren.
Artikel 5
Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van baatbelasting riolering buitengebied deelgebied A