Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die zijn vermeld op de groene kaart. 2.. Het eerste artikellid is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen. 3.. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van: de natuurwaarde van de houtopstand; de landschappelijke waarde van de houtopstand; de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; de beeldbepalende waarde van de houtopstand; de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. 4.. Als op grond van het derde lid een omgevingsvergunning voor het vellen van de betreffende houtopstand kan worden geweigerd kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning tot het vellen van de betreffende houtopstand alsnog verlenen als het maatschappelijk belang dat is gediend met het vellen van de betreffende houtopstand zwaarder weegt dan het belang dat is gediend met het behoud van de betreffende houtopstand. 5.. Het bevoegd gezag verleent alleen een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand als alternatieven voor het behoud van de houtopstand zijn onderzocht en alternatieven niet mogelijk zijn gebleken dan wel niet opwegen tegen het belang dat is gediend met het vellen van de houtopstand. 6.. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften. 7.. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel