Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 6.

Beëindiginggronden

Onderdeel van Beleidsregels schuldhulpverlening Heemskerk 2017

Het college kan besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien: het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond; belanghebbende niet langer voldoet aan het genoemde in artikel 2 uit deze beleidsregels; aanvrager niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 3 lid 3, artikel 6 en artikel 7 van de wet en artikel 4 van deze beleidsregels; belanghebbende zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden; op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan de aanvrager is toegekend, als dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen; belanghebbende zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt; belanghebbende in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren; de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende, niet (langer) passend is; belanghebbende daartoe zelf verzoekt; de minnelijke schuldenhulpverlening niet is geslaagd, omdat één of meerdere schuldeisers geen medewerking verlenen en de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen geen mogelijkheid is; de schuldhulpverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht; een verzoek tot Wet schuldsanering Natuurlijke Personen is verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel