Deze verordening wordt vastgesteld onder intrekking van de Verordening Bodembescherming Enschede (Gemeenteblad van Enschede 2002, nr. 138, raadsbesluit van 20 januari 2002).
Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die van haar bekendmaking.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Bodembescherming Enschede 2006.
1. Algemene toelichting
1.1. Inleiding
Het vaststellen van een nieuwe Verordening Bodembescherming is nodig omdat per 1 januari 2006 de Wet bodembescherming is herzien. Deze herziening heeft gevolgen voor de bestaande verordening omdat nu een aantal zaken zijn geregeld in de wet zelf. Ook zijn een aantal, uit de praktijk voortgekomen, tekortkomingen hersteld in deze verordening.
De tekortkomingen bestaan uit het niet strafbaar hebben gesteld van het niet melden van bijvoorbeeld het diepste punt van de sanering. Tevens wordt de praktijk van het melden van de start en het melden van het einde van de sanering opgenomen in deze Verordening.
De gewijzigde Wbb introduceert een nieuwe saneringsaanpak, waarbij functiegerichte en kosteneffectieve sanering het uitgangspunt is. De gewijzigde Wbb geeft ook een wettelijke basis voor het saneringsverslag (voorheen: evaluatierapport). Het instemmen hiermee wordt een aparte beschikking. Dit geldt tevens voor het nazorgplan. De gemeenteraad heeft de bevoegdheid gekregen tot het stellen van nadere eisen ten aanzien van het saneringsverslag en het nazorgplan (artikelen 39c en 39 d jo artikel 88 Wbb). Van deze mogelijkheid wordt hierbij gebruik gemaakt om een efficiëntere handhaving mogelijk te maken.
1.2 Procedure bepalingen
Burgemeester en Wethouders kunnen besluiten dat de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt toegepast. In deze verordening is afdeling 3.4 van toepassing verklaard voor de beschikkingen ernst/spoedeisendheid en instemming met het saneringsplan. Voor deze beschikkingen is de procedure van titel 4.1 van de Awb (de zogeheten ‘verkorte procedure’) mogelijk op verzoek. Algemeen uitgangspunt is dat er geen of slechts een beperkt aantal belanghebbenden zijn waarbij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat geen zienswijzen zijn te verwachten van deze belanghebbenden die de beschikking niet hebben aangevraagd. Dit is bijvoorbeeld het geval als er geen andere belanghebbenden bij het perceel betrokken zijn, dan wel dat zij niet in hun belangen worden geschaad, de locatie niet in een beschermd gebied ligt en/of de openbare voorzieningen niet worden beperkt. Voor de beschikkingen instemming met het saneringsverslag en/of nazorgplan is gekozen voor de procedure van titel 4.1 van de Awb. In individuele gevallen kan gekozen worden voor de procedure van afdeling 3.4 als daaraan behoefte bestaat.
1.3 Nadere regels ten aanzien van het saneringsplan, evaluatierapport en nazorgplan
In de artikelen 39, lid 1, 39c lid 3 en 39 d lid 5 jo artikel 88 van de Wbb wordt de bevoegdheid om nadere regels te stellen over de gegevens die in het saneringsplan, saneringsverslag en nazorgplan moeten worden opgenomen gedelegeerd.
Bij het stellen van nadere regels is aansluiting gezocht bij de huidige praktijk binnen de gemeente Enschede. Tevens is aansluiting gezocht bij de concepten van andere provincies en gemeenten om een bepaalde mate van uniformiteit te creëren.
2. Artikelsgewijze toelichting