Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Het saneringsplan

Onderdeel van Verordening bodembescherming Enschede

1.In het saneringsplan worden, onverminderd de eisen die op grond van artikel 39, eerste lid, van de wet aan het saneringsplan worden gesteld, in ieder geval de volgende gegevens vermeld: A. Algemene gegevens: het adres, kadastrale aanduiding en de ligging van het grondgebied waarop de verontreiniging zich bevindt; een kadastrale kaart, waarop het geval van verontreiniging is aangegeven, voor zowel grond als grondwater door middel van de interventiewaardencontour en de achtergrondwaardencontour, dan wel bij ontbreken van een achtergrondwaarde de streefwaardencontour; een uittreksel van het kadaster waaruit de huidige eigendomssituatie blijkt; het huidig en eventueel toekomstig gebruik van de locatie, alsmede de bestemming die de locatie heeft in het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening; de naam en het adres van degene in wiens opdracht de sanering zal plaatsvinden; de naam en het adres van de eventuele gemachtigde van de onder e genoemde opdrachtgever; de naam en het adres van degene die een zakelijk of een persoonlijk recht heeft op het grondgebied als bedoeld onder a, alsmede van de gebruiker daarvan; een beschrijving van de bodemkundige opbouw en de geohydrologische situatie; een tijdschema met een eventuele fasering, waarbij in ieder geval is aangegeven de datum waarop met de sanering naar verwachting zal worden begonnen; een specificatie van de bij de uitvoering van de sanering betrokken bedrijven en instanties, voorzover deze bij het indienen van het saneringsplan bekend zijn; een overzicht van de benodigde vergunningen, meldingen en toestemmingen om het werk te kunnen uitvoeren; een kaart: - met ontgravingsdieptes en –contouren - met de situering van grondwateronttrekkingsystemen inclusief grondwaterzuiveringsinstallaties. n. de wijze waarop belanghebbenden bij de uitvoering van de sanering zullen worden betrokken. Keuze saneringsvariant: de gekozen saneringsvariant met het saneringsdoel, inclusief motivering waarom voor die betreffende saneringsvariant is gekozen; indien de sanering in fasen wordt uitgevoerd: de voorgenomen fasering, alsmede het verzoek om een besluit te nemen als bedoeld in artikel 38, derde lid van de wet; indien slechts een gedeelte van de verontreiniging van de bodem wordt verplaatst: het verzoek om een besluit te nemen op grond van artikel 40, eerste lid, van de wet; indien na de sanering verontreiniging in de bodem aanwezig blijft een argumentering op grond waarvan dit gebeurt. Beschrijving saneringsmaatregelen: een beschrijving van de maatregelen die overlast en/of schade als gevolg van de sanering voorkomen of zoveel mogelijk beperken; een beschrijving van de te treffen geohydrologische voorzieningen met de gekozen dimensionering en de invloed hiervan op de omgeving; een beschrijving van de maatregelen om de invloed op de omgeving te beperken; gegevens over de bestemming van overige (verontreinigde) stoffen die, naast de verontreinigde grond, vrijkomen bij de sanering; het oppervlakte en het volume van het te saneren grond- en grondwater; gegevens over de kwaliteit van de eventueel te gebruiken aanvulgrond en/of zand; een beschrijving van de te hanteren protocollen en richtlijnen voor (uit)keuring en monstername en eventueel de uitvoering; een beschrijving van de veiligheids- en arbeidshygiënische aspecten; een beschrijving van de ligging van kabels en leidingen; een beschrijving van de wijze waarop de voortgang van de grondwatersanering wordt gecontroleerd en hoe over de voortgang wordt gerapporteerd; een beschrijving van de depotvorming zowel binnen als buiten de saneringslocatie. Onverminderd het bepaalde in artikel 39, eerste lid, van de Wet bodembescherming kan het vermelden in het saneringsplan van gegevens, als bedoeld in het eerste lid, achterwege blijven indien: bij indiening van het plan wordt aangegeven welke gegevens ontbreken, en daarbij de reden wordt aangegeven waarom de gegevens ontbreken, en die gegevens naar het oordeel van het college van Burgemeester en Wethouders niet noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het saneringsplan. Het eerste lid is niet van toepassing op een sanering van de bodem ten aanzien waarvan artikel 9, vijfde lid, van het Besluit tankstations milieubeheer van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel