Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 8

Rapportering

Onderdeel van Controleverordening 2015

1.. Indien de accountant bij een controle afwijkingen constateert die leiden tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring, meldt hij deze terstond schriftelijk aan de raad en zendt een afschrift hiervan aan het college; 2.. De accountant voert gedurende het begrotingsjaar een interim-controle uit. Na het uitvoeren van de interim-controle brengt de accountant een board- en/of managementletter uit. Hierin wordt ingegaan op te realiseren verbeterpunten; 3.. De board- en/of managementletter en de reactie daarop van het college worden aan de auditcommissie toegestuurd; 4.. In aanvulling op het in de Gemeentewet voorgeschreven verslag van bevindingen brengt de accountant over de door hem uitgevoerde (deel)controles verslag uit over zijn bevindingen van niet van bestuurlijk belang aan de gemeentesecretaris en concerncontroller; 5.. De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen worden door de accountant aan het college voorgelegd, met de mogelijkheid voor het college om binnen twee weken op deze stukken te reageren; 6.. De accountant bespreekt voorafgaand aan de raadsbehandeling van de jaarverslaggeving het verslag van bevindingen met de auditcommissie van de raad; 7.. Het college overlegt de gecontroleerde jaarverslaggeving samen met de controleverklaring en het accountantsrapport voor uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar aan de raad; 8.. De accountant kan aanwezig zijn in de raadsvergadering waar de jaarstukken worden behandeld.

Rechtspraak bij dit artikel