Naar hoofdinhoud
1.. Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet, artikel 20, tweede lid IOAW of artikel 20, eerste lid IOAZ wordt afgestemd op het benadelingsbedrag. 2.. De verlaging wordt vastgesteld op: a.. 30% van de bijstandsnorm gedurende één maand als het benadelingsbedrag niet is vast te stellen; b.. 30% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot € 2.000,-; c.. 50% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000,- tot € 4.000,-; d.. 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag van € 4.000,- of hoger. 3.. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt bijzondere bijstand verlaagd met een bedrag gelijk aan de noodzakelijke kosten, wanneer de noodzaak voor het verlenen van bijzondere bijstand wordt veroorzaakt door tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in de voorziening in het bestaan door belanghebbende.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel