Het college kent een individuele voorziening toe indien en voor zover in het onderzoek in ieder geval is vastgesteld dat:
een individuele voorziening nodig is gezien de aard en ernst van de hulpvraag;
de jeugdige op eigen kracht of met zijn ouder(s) of andere personen uit zijn naaste omgeving geen (volledige) oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;
een overige voorziening niet adequaat is voor de oplossing van de hulpvraag;
de jeugdige of de ouder(s) geen aanspraak kunnen maken op een andere voorziening om de hulpvraag te beantwoorden.
Het college houdt bij de beoordeling of een individuele voorziening noodzakelijk is redelijkerwijs rekening met:
de godsdienstige gezindte, levensovertuiging en culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouder(s);
de persoonlijke wensen van de jeugdige en zijn ouder(s).
Artikel 5
Artikel 5.10
Criteria individuele voorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Heemskerk 2015