Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Artikel 5.6

De beoordeling van een hulpvraag – het gesprek.

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Heemskerk 2015

Het college onderzoekt in een gesprek met de jeugdige en/of zijn ouder(s), zo spoedig mogelijk voor zover nodig in het kader van de hulpvraag, maar in ieder geval binnen twee weken na de melding van de hulpvraag: de aard en ernst van de opgroei- of opvoedingsproblemen, de psychische problemen en stoornissen en/of de beperking; de behoeften, persoonskenmerken, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige; het vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden; de mogelijkheid om aanspraak te maken op een andere voorziening; de mogelijkheid om de hulpvraag te beantwoorden door inzet van een overige voorziening; de mogelijkheid om een individuele voorziening te treffen en het beoogde doel daarvan; de wijze waarop de individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen. Tijdens het gesprek en het eventueel onderzoek dat daarop volgt, wordt ook rekening gehouden met de volgende factoren: Als de jeugdige en/of zijn ouder(s) een familiegroepsplan aan het college hebben opgeteld, betrekt het college dat plan bij het onderzoek; Het college informeert de jeugdige en/of zijn ouder(s) over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt de jeugdige en/of zijn ouder(s) om zijn persoonsgegevens te verwerken; Het aanvragen van een onafhankelijk sociaal medisch advies kan onderdeel uitmaken van het onderzoek; Indien de jeugdige en/of zijn ondersteuningsvraag genoegzaam bekend is, kan in overleg met de jeugdige en/of zijn ouder worden afzien van het gesprek en het onderzoek.

Rechtspraak bij dit artikel